Luchtdichtheidsmeting of blowerdoortest

Goed isoleren betekent ook luchtdichtbouwen (en dan gecontroleerd ventileren).
De luchtdichtheid heeft een belangrijke invloed op het E-peil. Om te voldoen aan de E-peil verplichtingen zal het meestal noodzakelijk zijn om een blowerdoortest uit te voeren.

Wanneer nodig: bij nieuwbouw en/of energetische renovatie zijn er E-peil verplichtingen.

Timing: op het einde van het bouwproces, na de afwerking en vóór de indiening van het EPB-eindverslag. Soms ook ergens tijdens het bouwen wanneer het nog eenvoudig mogelijk is om correctief op te treden.

Waarom bij ons bestellen: wij doen ook EPB- en ventilatieverslaggeving. In combinatie met onze thermografische foto’s zijn luchtlekken eenvoudiger op te sporen.

Wat is luchtdichtheid?

De luchtdichtheid van een gebouw is zijn vermogen om de luchtstromingen van buiten naar binnen toe – maar ook omgekeerd – binnen de perken te houden

Deze eigenschap wordt gekwantificeerd door het lekdebiet (V) doorheen de gebouwschil bij een gegeven drukverschil tussen de binnen- en de buitenomgeving. In België wordt de luchtdichtheid uitgedrukt bij een drukverschil van 50 Pa.

Waarom luchtlekken voorkomen?

Naast energiebesparingen laat een goede luchtdichtheid toe om inwendige condensatieproblemen in de wanden te vermijden en het thermische en akoestische comfort binnenin het gebouw te verbeteren.

Luchtlekken zorgen voor
1. Ongecontroleerde energieverliezen:
 Verlies van warme (winter) of koude lucht (zomer)
 Daling van de effectiviteit van de thermische isolatie (windspoeling – vochttransport)
2. Condensatierisico
3. Ongecontroleerde luchtuitwisseling: tijd, hoeveelheid, plaats, zin worden bepaald door wind en temperatuurverschillen
4. Luchtlekken zorgen voor comfortproblemen:
 Koude tocht in de winter
 Lawaaihinder (akoestiek)
 Binnenkomen van vervuilende stoffen (Radon, uitlaatgassen aan drukke wegen,…)

Een globale strategie

De luchtdichtheid van de gebouwschil maakt deel uit van een globale strategie die tot doel heeft om een comfortabel en energiezuinig gebouw te creëren. Deze strategie omvat:
 Het waarborgen van de luchtdichtheid van de gebouwschil
 Het voorzien van een voldoende dikke en correct uitgevoerde thermische isolatie
 Het verzekeren van een gecontroleerde, regelmatig onderhouden hygiënische ventilatie.
In termen van energie heeft het immers geen enkele zin om de isolatiedikte in de wanden op te drijven zonder aandacht te schenken aan de luchtdichtheid. Het luchtdicht maken van een gebouw zonder luchtverversing door een gecontroleerde ventilatie kan op zijn beurt een nadelige weerslag hebben op het comfort en de gezondheid van de gebruikers. Hieruit blijkt duidelijk dat de drie voornoemde aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Dit principe is uiteraard van toepassing op alle nieuwbouwconstructies, maar moet ook aangewend worden in het geval van renovatiewerkzaamheden.

E-peil

Stelregel: als je een gebouw 15 % luchtdichter maakt, kan je tot 10 % energie besparen. De standaardwaarde voor luchtdichtheid, uitgedrukt als de v50-waarde, bedraagt 12 m³/h.m². Dit is de hoeveelheid lucht die per uur per vierkante meter woonvolume ververst wordt, bij een drukverschil van 50 pascal. In de praktijk doen de meeste nieuwbouwwoningen het beter, zelfs zonder specifieke aandacht voor luchtdichtheid. Het cijfer van 12 kan na een blowerdoortest zakken tot 3 of lager. En elke daling komt overeen met één punt in de EPB-berekening, waardoor je met deze test 8 tot 9 punten kunt winnen op het E-peil.

Waarom een blowerdoortest?

Om bij de bepaling van het E-peil de goede luchtdichtheid in rekening te kunnen brengen, moet het bewijs van de luchtdichtheid geleverd worden door middel van een meting. Vanaf 1 januari 2015 moet een luchtdichtheidsmeting uitgevoerd worden volgens STS-P 71-3 om het resultaat ervan in de EPB-aangifte te mogen gebruiken.

Wie mag een blowerdoortest uitvoeren?

De uitvoerder van de test moet ingeschreven zijn in een kwaliteitsorganisatie. De luchtdichtheidsmeter moet aantonen dat de uitgevoerde meting voldoet aan de eisen van de STS door middel van een ‘conformiteitsverklaring’. Deze conformiteitsverklaring die de luchtdichtheidsmeter binnen het kwaliteitskader bekomt, bevat een validatiecode, waarmee de bouwheer, de verslaggever, het Vlaams Energieagentschap … kan nagaan of het om een geldige verklaring gaat.

Controle van de luchtdichtheid

De luchtdichtheid van een gebouw kan bepaald worden op het einde van de werken met behulp van een blowerdoortest. Hierbij wordt het gebouw met een in een externe opening (bv. een raam of een deur) aangebrachte ventilator achtereenvolgens in overdruk en in onderdruk geplaatst ten opzichte van de buitenomgeving. De luchtdebieten die nodig zijn om de verschillende drukniveaus binnen het gebouw te waarborgen, worden gemeten ter hoogte van de ventilator. Aangezien de bewust in het gebouw aangebrachte afsluitbare openingen bij de proef afgedicht worden, komt het gemeten ventilatordebiet overeen met het debiet dat langs de lekken de gebouwschil binnendringt.

De luchtdichtheid wordt meestal weergegeven met één van de volgende grootheden:
 V50: het lekdebiet doorheen de gebouwschil [m³/h]
 v50: de luchtdoorlaatbaarheid van de gebouwschil [m³/(h.m²)] (lekdebiet in verhouding tot de oppervlakte van de gebouwschil).
 n50: het luchtverversingsdebiet [vol/h] (lekdebiet in verhouding tot het binnenvolume van het gebouw)